MIG en TIG lassen zijn beide lasprocessen die gebruikmaken van een inert beschermgas, maar de manier van lassen en de toepassingen verschillen aanzienlijk.
Bij MIG lassen, voluit Metal Inert Gas lassen, wordt een continu aangevoerde draadelektrode gebruikt die tevens als lastoevoegmateriaal dient. Dit maakt het proces snel en efficient, met een hoge productiviteit die goed aansluit bij grotere producties.
Bij TIG lassen, voluit Tungsten Inert Gas lassen, wordt daarentegen een niet afsmeltende wolfraamelektrode gebruikt om de lasboog te creeren. Het lastoevoegmateriaal wordt apart toegevoegd met een lasstaaf, wat de lasser volledige controle geeft over de hoeveelheid materiaal en de vorm van de lasnaad.
Doordat TIG lassen een lagere warmte inbreng heeft, is de techniek beter geschikt voor dunne of gevoelige materialen en resulteert het doorgaans in een fraaiere, schonere lasnaad zonder spatten. MIG lassen is daarentegen sneller en eenvoudiger te leren, wat het een populaire keuze maakt voor grotere producties.
Bij Vallas adviseren we u graag over de juiste apparatuur, afgestemd op uw specifieke lasproject.

















